Artsen buigen zich over 'Langer thuis met dementie'

Geplaatst 3 apr. 2013 01:03 door Marielle Bothof
Impressie van het minisymposium op 26 maart 2013, Ide Neumann

Alfred Sachs, huisarts en verbonden aan het UMC, gaf in zijn openingswoord een scherp beeld van de opgave: een verdubbeling van het aantal mensen met dementie én een verlenging van de tijd dat men thuis blijft wonen én daarmee gepaard gaande comorbiditeit. Hoe werken we samen om deze mensen zo goed mogelijk te behandelen en begeleiden? 


Met deze opgave begon het minisymposium georganiseerd door Medicamus, het Netwerk Dementie Noordwest Veluwe en GGZ Centraal. Na een prettige maaltijd en rondleiding in het Centrum voor Ouderen Psychiatrie verplaatste de groep zich naar de Ontvangstzaal. Er was een grote opkomst, meer dan 70 deelnemers waaronder vele huisartsen, praktijkondersteuners, casemanagers dementie spv’n (GGZ) en vertegenwoordigers van Achmea. 

Vier presentaties 
In de eerste presentatie van huisarts Frank Gunneweg en poh Monique van Luenen werd een inspirerend beeld gegeven van hun aanpak rond kwetsbare ouderen inclusief mensen met dementie. Al vele jaren brengt Monique kwetsbare ouderen in beeld en bezoekt ze thuis indien nodig. Als er aanleiding is schakelt ze de huisarts in. Met deze aanpak werken ze aan het voorkomen van problemen en escalaties. De patiënten voelen zich erg vertrouwd met de begeleiding van Monique, die overigens met deze taakinvulling meedraait in het Netwerk Dementie als casemanager. 

Vervolgens legde Judith van Tuijn, geriater van het St. Jansdal, uit waarom en wanneer verwijzing naar de geriater, of de poli geriatrie, gewenst is. Met haar specifieke deskundigheid en de gezamenlijke beeldvorming met andere betrokken disciplines, ontstaat er een ‘wijde blik’ op de situatie en prognose van de patiënt. Met een aantal voorbeelden illustreerde ze deze meerwaarde. 

Pieter Schimmel, specialist ouderengeneeskunde (SOG = verpleeghuisarts) van de Zorggroep Noordwest Veluwe, schetste de problemen en complexe zorgvraag van kwetsbare ouderen die langer thuis blijven wonen. In het verpleeghuis komen alleen nog mensen waarbij het thuis niet meer is op te vangen. Eigenlijk hebben de verpleeghuisartsen hun handen vol aan deze bewoners en zijn ze huiverig om te veel ambulant aan te bieden. Pieter gaf aan dat hun specifieke deskundigheid vooral ligt bij mensen die immobiel zijn. Daarvoor heeft hij een ingespeeld team van o.a. fysio- en ergotherapeuten, logopedisten en psychologen, wat ook thuis in te zetten is. Bij voorkeur houdt de huisarts hierbij de regie. 

‘Als het knarst en knispert’, zo luidde de titel van de presentatie van Jaap Nanninga, ouderenpsychiater. Hij schetste de ontwikkelingen in de ggz, waardoor zijn inzet steeds meer 2e lijn moet worden. Hierbij merkte hij op dat het jammer zou zijn indien de in jaren opgebouwde deskundigheid, niet meer ter beschikking zou kunnen staan aan de mensen met dementie thuis, ook ondersteunend richting de casemanagers dementie. In de huidige praktijk heeft de ggz de taak om ‘indien het knarst en knispert’ de persoon met dementie en naasten te ondersteunen en de situatie te stabiliseren. 

Hoe nu verder? 
In het debat tussen de artsen, waaraan ook een casemanager dementie en een praktijkondersteuner deelnamen, kwam Alfred Sachs met de suggestie om een soort blauwdruk te maken waarin duidelijk wordt wie wanneer welke bijdrage levert in de diagnostiek en zorg. Er kwamen diverse vragen over de mogelijkheden voor de huisartsenpraktijk om goede begeleiding te bieden en de knelpunten in de financiering hiervan. De zorgverzekeraar in de zaal gaf aan dat ze graag in gesprek gaan om te bekijken of er een aanpak en verdeling is te organiseren die voor alle partijen werkt. 

De deelnemers aan de discussie blijven de komende tijd met elkaar in gesprek om een vervolg te geven aan het debat. Dit opdat optimaal gebruik gemaakt wordt van elkaars kwaliteiten zodat mensen met dementie zo lang en goed mogelijk thuis kunnen blijven wonen. 
Comments